Bijdragen betaald door de werkgever in de groepsverzekering zijn niet onderworpen aan gewone sociale zekerheidsbijdragen. De werkgeversbijdragen zijn echter onderworpen aan een bijzondere socialezekerheidsbijdrage van 8,86%, ten voordele van de RSZ, die door de werkgever aan de RSZ wordt betaald.
Daarnaast kan een speciale aanvullende sociale zekerheidsbijdrage van 3% (bekend als de “Wijninckx-bijdrage”) verschuldigd zijn wanneer de opbouw van het pensioen op jaarbasis een bepaalde grens overschrijdt.
Sinds 1 januari 2019 is de werkgever verplicht om deze bijzondere bijdrage van 3% te betalen op alle werkgeversbijdragen voor de opbouw van een aanvullend pensioen wanneer de som van het totale aanvullende pensioen (= de werkelijk opgebouwde reserves) en het wettelijke pensioen (= forfaitaire schatting) de “pensioendoelstelling” voor een werknemer in een bepaald jaar overschrijdt.
De pensioendoelstelling wordt verkregen door een proratering van het hoogste ambtenarenpensioen (momenteel 99.499,24 euro bruto/jaar op 1 februari 2025).
Op de uitkeringen die de verzekeringsmaatschappij aan de begunstigde betaalt, inclusief de winstdeling, worden twee bijzondere bijdragen geheven door de RSZ: een RIZIV-bijdrage van 3,55% en een solidariteitsbijdrage van 0 tot 2%. Het bedrag van deze bijdrage varieert volgens het totale brutobedrag van het aanvullend pensioen en de gezinssituatie van de begunstigde van dit pensioen (alleenstaand of met gezin).
Beschrijving werknemersbelastingen
a) De door de werkgever aan de verzekeraar betaalde bijdragen vormen geen belastbaar voordeel voor de werknemers.
b) De bijdragen die door de aangesloten werknemers aan de verzekeringsmaatschappij worden betaald, geven recht op een belastingvermindering tegen het “verbeterde gemiddelde tarief” van 30%, op voorwaarde dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
ze worden door de onderneming ingehouden op de (netto) bezoldiging;
ze worden betaald aan een verzekeraar in de Europese Economische Ruimte (EER);
ze worden betaald in uitvoering van een groepsverzekeringsreglement dat voldoet aan de geldende voorschriften;
de 80%-grens wordt gerespecteerd (volgens deze regel mogen de premies betaald in de groepsverzekering niet tot gevolg hebben dat de wettelijke en aanvullende pensioenen, uitgedrukt als jaarlijkse annuïteiten, meer bedragen dan 80% van de laatste normale brutojaarbezoldiging van de werknemer).
c) De meeste Belgische pensioenplannen voorzien in de betaling van een kapitaal. Het pensioenkapitaal dat op deze manier wordt gestort, wordt belast tegen een afzonderlijk tarief ( vermeerderd met aanvullende gemeentelijke opcentiemen). De fiscale behandeling van een dergelijk pensioenkapitaal kan als volgt worden samengevat:
de belastbare basis is gelijk aan het kapitaal verminderd met de RIZIV-bijdrage en de solidariteitsbijdrage;
de winstdeling is vrijgesteld van belasting;
het afzonderlijke tarief (20%, 18%, 16,5% of 10%) hangt af van wanneer het kapitaal wordt uitbetaald en hoe het is gefinancierd.
Beschrijving aftrekbaarheid werkgever
a) Door de werkgever betaalde bijdragen in een groepsverzekering zijn aftrekbare beroepskosten. Voor deze aftrekbaarheid moet aan bepaalde voorwaarden worden voldaan, waarvan de belangrijkste zijn dat
de verzekeraar is gevestigd in de Europese Economische Ruimte (EER);
de uitkeringen moeten voldoen aan de limiet van 80% (als de limiet wordt overschreden, is het saldo van de premies niet aftrekbaar als beroepskost);
de premies moeten worden betaald in uitvoering van een groepsverzekeringsreglement die voldoet aan de geldende voorschriften;
de pensioengegevens moeten correct zijn ingevoerd in DB2P (database waarin gegevens over pensioenen in de tweede pijler worden opgeslagen).
b) Er moet echter worden opgemerkt dat een taks van 4,4% moet worden betaald op de premies die de werkgever aan de verzekeringsmaatschappij betaalt in het kader van de groepsverzekeringsovereenkomst. Als de pensioenregeling naast de uitkeringen bij leven ook dekking biedt tegen andere risico's (uitkeringen bij overlijden en/of arbeidsongeschiktheid), moet aan drie voorwaarden worden voldaan om in aanmerking te komen voor de taks van 4,4%:
de pensioenregeling mag niet discriminerend zijn;
er mag geen uitsluiting voortvloeien uit een medisch onderzoek;
de dekking moet worden beheerd op gedifferentieerde basis (wat betekent dat duidelijk moet kunnen worden aangegeven welke premie van toepassing is op welk deel van de dekking).
Als niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, wordt een taks van 9,25% geheven.